Voor een ondernemer is het niet altijd duidelijk wie na hem zijn bedrijf zal voortzetten en hem daarin zal opvolgen.

Omdat deze onduidelijkheid zelfs nog kan bestaan ten tijde van zijn overlijden is het verstandig hieraan in een testament aandacht te besteden. Want allereerst zal onderscheiden moeten worden tussen twee trajecten: De bedrijfsopvolging bij leven en bij overlijden. Omdat de opvolging bij leven een langdurig proces kan zijn, is het altijd verstandig een scenario bij overlijden klaar te hebben liggen.


Elke ondernemer wordt op zeker ogenblik geconfronteerd met de opvolging. Indien dit niet al tijdens leven geregeld is, bijvoorbeeld via certificering van vermogen, zal hij twee belangrijke onderwerpen moeten regelen in een testament.

Afhankelijk van de stand van zaken bij de opvolging – er is nog geen opvolger, de opvolging moet nog aanvangen of worden voltooid,- wordt het ondernemerstestament opgesteld.

De beoogd opvolger moet in staat zijn om leiding te krijgen over de onderneming. Een voorwaarde hiervoor is vaak dat hij de eigendom van de onderneming erft, waardoor hij alleen, en niet hij samen met de erfgenamen, het stuur in handen heeft. Daarnaast zal in het testament een regeling over de financiering van de opvolging opgenomen moeten worden. De overlevingskans van de onderneming hangt niet zelden af van de hoogte van de overnameprijs. En die prijs zal vaak ten koste gaan van ondernemingsvermogen. Daarbij zullen ook fiscale valkuilen vermeden moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan dividend- of inkomstenbelasting over uitkeringen aan de niet voorzettende erfgenamen. Fiscaal kunnen deze gezien worden als bijvoorbeeld stakingswinsten.

Daarom is een overnameprijs, die gebaseerd is op de rentabiliteit van de onderneming, met een gespreide betaling daarvan vaak de gulden middenweg.

Wat zijn nu de mogelijkheden om het voorgaande in een ondernemerstestament concreet inhoud te geven ?

De ondernemer kan zijn opvolger bijvoorbeeld tot enig erfgenaam benoemen. Dan is direct na overlijden sprake van opvolging in de onderneming en wel als vol eigenaar daarvan.

Indien de ondernemer voor ogen heeft om zijn vrouw en kinderen tot erfgenaam van zijn nalatenschap te benoemen kan hij ervoor kiezen om de onderneming aan de opvolger te legateren. Om te zorgen dat de opvolger zonder problemen de onderneming in handen krijgt benoemt hij hem dan tevens tot executeur. Zo kan de opvolger zonder daarvoor van de erfgenamen afhankelijk te zijn dit legaat uitvoeren en de onderneming aan zichzelf overdragen. De medewerking van de erfgenamen heeft hij dan niet nodig.

Is de echtgenoot degene die opvolgt, dan is de wettelijke verdeling, de aangewezen weg.

Is de echtgenoot degene die opvolgt, dan is sinds 1 januari 2003 deze wettelijke verdeling automatisch van toepassing. Deze wettelijke regeling houdt in dat de echtgenoot de gehele nalatenschap, waaronder dus de onderneming, automatisch vanaf het moment van overlijden in eigendom krijgt. Een testament is daarvoor dan zelfs niet nodig. De overige erfgenamen, denk met name aan bijvoorbeeld de kinderen, worden daarbij buiten spel gezet.

De financiering van deze opvolging wordt door de wet ook gemakkelijk gemaakt, omdat de kinderen als erfdeel vooralsnog een niet-opeisbare vordering op hun andere ouder krijgen. Met andere worden: Een opvolgingsfinanciering is evenmin nodig. 

Is dan nog een testament van belang ?

Een ondernemerstestament kan niettemin in aanvulling op deze wettelijke verdeling wel voordelen bieden. Te denken is onder meer aan een compensatie van de andere erfgenamen, indien de voorzettende ondernemer de tent na enige tijd verkoopt. De erfdelen van de andere kinderen kunnen in dit geval bijvoorbeeld in het testament opeisbaar gemaakt worden.

Is de wettelijke verdeling niet gewenst doordat de echtgenoot niet opvolgt, dan kunnen de kinderen hun wettelijk erfdeel, dat is het stuk van de erfenis waarop zij krachtens de wet altijd recht hebben, zes maanden na overlijden opeisen. Via een testament kan hiervoor een voorziening getroffen worden om te voorkomen dat de kinderen van de ondernemer het opvolgingsproces verstoren door financiële eisen aan de opvolger te stellen. De testateur neemt dan in zijn testament op dat de kinderen hun wettelijk erfdeel niet kunnen opeisen. Anders krijgt de opvolger alsnog een financieringsprobleem. Want het wettelijk erfdeel is tenslotte nog altijd, ook al is het sinds 2003 verminderd, gelijk aan de helft van de waarde van een erfdeel bij versterf, hetgeen betekent dat bij bijvoorbeeld twee kinderen nog altijd sprake is van een beslag op de nalatenschap van tweemaal de helft van een/derde, oftewel in totaal op een/derde deel van de nalatenschap.

Echter hier zit nog een adder in het gras: Deze niet-opeisbaarheidsclausule kan alleen ingeroepen worden door de echtgenoot of de samenlevingspartner. De andere kinderen kunnen dus van hun opvolgende broer eisen dat deze hun wettelijk erfdeel in geld aan hen uitkeert.

Daarom moet voorts in het testament opgenomen worden dat de wettelijke erfdelen ten laste van de langstlevende ouder komen. Dan kan weer via de wettelijke verdeling en, nu ook met het beoogde effect, via de niet-opeisbaarheidsclausule, ervoor gezorgd worden, dat dit erfdeel pas na het overlijden van de langstlevende uitgekeerd moet worden. En dit heeft dan een, mogelijk langdurig, uitstel van betaling tot gevolg, wat heel belangrijk kan zijn voor de financiering van de opvolging en de continuïteit van de onderneming.

Een ander alternatief is een betalingsregeling van de opvolgende erfgenaam ten aanzien van de overige erfgenamen. Zo'n regeling kent dan als motivatie het behoud van de onderneming: Een uitkering van de wettelijke erfdelen zou de continuïteit in gevaar brengen.

Voor zo'n situatie kent de wet een speciale tegemoetkoming aan de bedrijfsopvolger bij het opeisen van het wettelijk erfdeel, namelijk de volgende sanctie: Indien een kind in zo'n situatie een beroep op zijn wettelijk erfdeel doet, zal de waarde van hetgeen hij anders te zijner tijd geërfd heeft en na uitstel ook ontvangen wordt, namelijk na afloop van de betalingsregeling, in mindering op zijn wettelijk erfdeel komen. Het wettelijk erfdeel zal dan niet opgeëist worden vanwege deze wettelijke sanctie.

Daardoor zouden zij niets overhouden, ervan uitgaande dat zij niet onterfd zijn, daar dit erfdeel veelal net zo hoog dan wel hoger is dan het wettelijk erfdeel. Daardoor zullen zij het wel laten om daarop een beroep te doen.

Conclusie:

Een ondernemerstestament op maat moet tot het EHBO-pakket van iedere ondernemer behoren om ongelukken bij bedrijfsopvolging te voorkomen.

Omdat het voor u, zoals u hebt gelezen, niet allemaal in een keer klip en klaar is wat precies en hoe een bedrijfsopvolging geregeld moet worden is het van belang om dit met een deskundige bij uitstek, de notaris, te bespreken. Een ervaren notaris zal daarbij niet alleen zijn oor bij u te luisteren leggen, maar ook overleg met specialisten op het terrein van de financiering van een bedrijfsopvolging praten. Zo'n team van een notaris en fiscalist zijn voor u een gedegen adviseur.