Oftewel: Leg de waarde van de woning en van de daaruit resulterende erfdelen vast bij overlijden van een van de partners ten behoeve van de kinderen

Wanneer een van beide echtelieden overlijdt dan komt het vaak voor dat er een testament ligt waarin geregeld is dat de langstlevende echtgenoot de nalatenschap verkrijgt, maar tegelijkertijd een schuld krijgt aan de kinderen, ter grootte van hun erfdeel. Is er geen testament dan is dit zelfs wettelijk zo geregeld (wettelijke verdeling).



Voorbeeld:

Man Piet en echtgenote Mia zijn getrouwd in gemeenschap van goederen. De huwelijksgemeenschap bestaat uit een woning met een WOZ-waarde van 250.000 en voor 150.000  uit beleggingen en liquiditeiten. In totaal 400.000. Piet overlijdt als eerste. Er zijn drie kinderen. En er is geen testament.

De nalatenschap van Piet bedraagt dan 200.000. Het erfdeel van moeder en ieder der kinderen bedraagt ¼. Moeder krijgt dan een schuld aan de kinderen van 150.000. De kinderen hebben ieder een vordering op moeder groot 50.000. De vordering van de kinderen is pas opeisbaar bij overlijden van moeder en wij vooronderstellen dat die vordering een jaarlijkse rente van samengesteld 6% bedraagt.

Wanneer de langstlevende echtgenoot later overlijdt dan hebben de kinderen recht op hun vordering terzake het overlijden van vader Piet, met  daarbij opgeteld de opgelopen rente. Daarover hoeven zij dan geen erfbelasting te betalen.

Voorbeeld:

Moeder laat na 10 jaar de woning na, die inmiddels 350.000 euro waard is. De beleggingen en liquide middelen zijn inmiddels 160.000 waard. Tezamen 510.000.

Zij heeft nog een schuld aan de kinderen groot 150.000 nominaal (de vordering van de kinderen in verband met het overlijden van vader Piet). Door de opgelopen rente van 6% samengesteld is die vordering van de kinderen na 10 jaar 253.422 waard.

Daardoor bedraagt de nalatenschap van moeder 510.000 min 253.422 is 256.578. Dat is per kind 85.526. Zonder oprenting zou de nalatenschap van moeder 510.000 – 150.000 oftewel 360.000 bedragen hebben. Dat is per kind 120.000. Dat scheelt per kind ruim 34.000 waarover dat kind geen erfbelasting, in dit geval 10 % erfbelasting, hoeft te betalen.

Uit dit voorbeeld blijkt dat die oprenting heel belangrijk is. De nalatenschap van de langstlevende echtgenoot wordt daardoor uitgehold.

Belangrijk is ook dat de zowel voor de waarde van de nalatenschap van de kortstlevende als de schuld van de langstlevende ouder aan zijn kinderen de WOZ-waarde de voorgeschreven maatstaf is voor wat betreft de waardebepaling van de woning.

Voorbeeld:

Stel de werkelijke waarde van de woning op het moment van overlijden van Piet niet 250.000 maar 270.000 is dan wordt de uitkomst voor de berekening van de erfbelasting verschuldigd door moeder en kinderen niet anders. Hoewel de werkelijke waarde van de gemeenschap 420.000 bedraagt, en de werkelijke waarde van de nalatenschap daarmee 210.000 bedraagt, blijft de waarde van de vordering bij het eerste overlijden 50.000 per kind (en geen 52.500 wanneer je de waarde van de vordering economisch bekijkt). De WOZ-waarde is dus de basis voor de berekening van de erfbelasting in het eerste overlijden.

Maar hoe zit het dan wanneer moeder overlijdt, hoor ik u al vragen. Is de vordering van de kinderen terzake de hoofdsom dan nog steeds 50.000 nominaal waard?

Een heel terechte vraag, want in een ouder arrest uit 1995 van de Hoge Raad (voor de liefhebbers HR 13 december 1995, nr. 29716) werd beslist dat de kinderen bij het overlijden van moeder uit mogen gaan van een vordering ter grootte van de werkelijke waarde van hun deel in de nalatenschap van vader. De Hoge Raad overwoog daar dat bij overlijden van de langstlevende de overbedelingsvorderingen gewaardeerd worden naar de civielrechtelijke waarde. Onlangs verwees Hof den Bosch (op 19 februari 2015) en de Hoge Raad (op 11 april 2014) nog naar deze jurisprudentie (overigens in een ander soort zaak over de WOZ), waaruit je ons inziens mede kunt afleiden dat deze jurisprudentie nog altijd geldt.

Voorbeeld:

De bezittingen van moeder zijn bij haar overlijden nog steeds 510.000 waard. Volgens dit arrest bedraagt de oorspronkelijke schuld van moeder aan de kinderen bij haar overlijden geen 150.000 maar 157.500 (exclusief rente). Waardoor de kinderen bij het overlijden van moeder een vordering op haar hebben van 266.093 , inclusief rente.

Gebruik je deze regel van de Hoge Raad voor de bepaling van de waarde van de vordering bij het overlijden van moeder, dan bedraagt de nalatenschap van moeder slechts 243.907.

Dat is een nalatenschap die meer dan 12.500 lager is (het verschil tussen 256.578 en 243.907) dan wanneer je deze regel (ten onrechte) niet hanteert. Bij een erfbelastingtarief van 10% scheelt dat netto in deze casus meer dan 1.250 aan erfbelasting.

Door deze regel te hanteren wordt de nalatenschap dus nog verder uitgehold. Deze Hoge Raad jurisprudentie is niet altijd even bekend. Realiseert u zich ook dat die jurisprudentie alleen positief uitpakt wanneer de werkelijke waarde van de woning bij het eerste overlijden hoger ligt dan de WOZ waarde. Is het omgekeerde het geval dan biedt dat de belastinginspecteur juist mogelijkheden.

Daarom lijkt het ons belangrijk om naast de WOZ-waarde bij het eerste overlijden ook de werkelijke waarde (waarde economisch verkeer) van een woning schriftelijk door middel van taxatie vast te laten leggen. De praktijk wijst uit dat die waarde vaak te sturen valt, zeker wanneer die waarde ten tijde van het eerste overlijden alleen een "interne" functie heeft. Een waarde economisch verkeer die hoger ligt dan de WOZ waarde op het moment van het overlijden van de kortstlevende is dan voordelig in de nalatenschap van de langstlevende.

Leg vervolgens de waarde van de daaruit resulterende erfdelen vast bij overlijden van een van de partners ten behoeve van de kinderen in een akte en vermeld daarin ook de oprenting van de vordering. Zodoende is later duidelijk hoe hoog de vordering is en is de fiscale nalatenschap van de tweede ouder met deze opgerente vordering te verminderen.